MatteŁs voor Kinderen

 

Toen Jezus doodging

 

 
 
Toen Jezus binnen werd gebracht, zaten ze er allemaal: de priesters van de tempel.
'Mooi is dat', riep Jezus. 'Ik ben de hele tijd op het tempelplein geweest. Ik praatte met iedereen die wilde. Toen durfden jullie niets te doen. Als een stel boeven komen jullie me nu oppikken. Stiekem, in de nacht. Met knuppels en messen. Flink zijn jullie.'
'Houd je mond', schreeuwde de oudste. 'Zeg op, ben jij de nieuwe koning van de joden? Ben jij meer dan de keizer van de Romeinen? Ben jij meer dan wij?'
Jezus lachte ze uit: 'Als ik dat zou zeggen, zouden jullie het toch niet geloven. Maar als jullie het zeggen, zal het wel waar zijn.' Woedend waren ze. Ze sloegen hem. Ze stompten hem. Ze brachten hem naar Pilatus.

Pilatus was een Romein. Hij was de baas in Jeruzalem. Hij begreep niet wat al die schreeuwende priesters wilde. Hij zei: 'Laat me eerst met die man alleen praten.' Zo stonden ze tenslotte tegenover elkaar. Jezus en Pilatus.

'Is het waar?', vroeg Pilatus, 'ben jij de koning van de joden?'
Jezus keek hem aan.'Jij zegt het', zei hij alleen maar.
'Ben jij nou iemand die in plaats van mij de baas wil zijn?', vroeg Pilatus. 'Wou jij een opstand beginnen? Je ziet er niet naar uit.'
Jezus zei niets, hij haalde alleen zijn schouders op. Pilatus zuchtte.
Hij stond op en ging naar de priesters toe. 'Hij heeft niets gedaan wat verboden is', zei hij. 'Ik kan hem beter vrijlaten.'

Maar toen begonnen de priesters weer te schreeuwen: 'Het is een schande! Gevaarlijk is hij! Overal in de stad zijn al rellen. Hij moet dood. Anders komt er opstand!'
Dat wilde Pilatus niet. Hij wilde een rustige stad. 'Goed dan', zei hij. 'Breng hem dan maar naar de soldaten. Maar ik wil er verder niets mee te maken hebben.' Hij draaide zich om.

De soldaten moesten lachen toen Jezus werd gebracht. 'Mooie koning is dat!', riepen ze. Ze gaven hem een pak slaag. Ze maakten een namaakkroon van takken met gemene stekels. Ze deden hem een oude jas om. Ze prikte een papier op zijn jas. Daarop stond: 'Dit is de koning van de joden.' Ze wisten niet dat het eigenlijk waar was. Ze wisten niet dat Jezus een koning was die anders was dan alle andere koningen en keizers.

Hij is naar een berg buiten de stad gebracht. 'Schedelplaats', heette het daar. Want daar werden altijd boeven en moordenaars doodgemaakt. Ze werden dan opgehangen aan houten kruisen.

Er waren wolken die dag. Er kwam onweer.
Ze zeggen dat Jezus veel pijn heeft gehad. Hij schreeuwde nog iets voor hij doodging. Ze konden niet goed horen wat.
Maar het was iets uit een oud lied dat in de bijbel staat.
Dit staat erin: Mijn God, mijn god, waarom laat je mij in de steek?

 
 

 

http://www.boekenwereld.com/karel-eykman-woord-voor-woord.html


Een website onder auspiciŽn van Joop Schets

matteusvoorkinderen@gmail.com

januari 2015